Er bestaat niet één speciaal ‘Giardia-dieet’ dat voor iedere hond of kat geschikt is. Bij een dier met diarree is het vooral belangrijk dat de voeding goed verteerbaar, compleet en passend bij de klachten van het individuele dier is.
Giardia kan de werking van de dunne darm verstoren en daarmee ook de vertering en opname van voedingsstoffen beïnvloeden. Bij sommige dieren kan daarom tijdelijk een andere voeding passend zijn. Welk type voeding het beste wordt verdragen, verschilt echter per dier.
ESCCAP noemt bij klinische giardiose een voeding met minder koolhydraten en voldoende goed verteerbaar eiwit als mogelijke ondersteunende maatregel. Tegelijkertijd benadrukt de richtlijn dat voedingsaanpassingen per individueel dier moeten worden beoordeeld.
Is graanvrij beter bij Giardia?
Niet automatisch. Graanvrij en koolhydraatarm betekenen niet hetzelfde. Een graanvrije voeding kan bijvoorbeeld aardappel, erwten of andere zetmeelbronnen bevatten en daardoor nog steeds behoorlijk wat koolhydraten leveren.
Andersom hoeft een voeding mét granen niet ongeschikt te zijn. Goed bereide zetmeelbronnen kunnen door honden goed worden verteerd. Er is op dit moment onvoldoende bewijs om graanvrij voeren als algemene behandeling of standaardadvies bij Giardia aan te bevelen.
Kijk daarom liever naar de totale samenstelling, verteerbaarheid en hoe het individuele dier op de voeding reageert dan alleen naar het woord ‘graanvrij’.
Is zo min mogelijk koolhydraten dan beter?
Ook dat is te eenvoudig. Wanneer het aandeel koolhydraten in een voeding sterk wordt verlaagd, verandert automatisch de verhouding met andere voedingsstoffen. De energie moet immers uit andere bronnen komen, waardoor een voeding bijvoorbeeld relatief meer vet kan bevatten.
Bij een dier met diarree is een hoger vetgehalte niet automatisch wenselijk. Giardia kan bij klinisch aangedane dieren bovendien samengaan met een verminderde opname van vetten. Koolhydraatarm is daarom niet hetzelfde als darmvriendelijk.
De beste keuze hangt af van het totale voedingsprofiel én van het dier: de ernst van de diarree, lichaamsconditie, leeftijd, andere aandoeningen en hoe de huidige voeding wordt verdragen spelen allemaal mee.
Vers vlees of gestoomde voeding bij Giardia?
Ook over vers vlees bestaan veel verschillende adviezen bij Giardia. Soms wordt aangeraden om direct te stoppen met rauwe voeding en over te stappen op gestoomde of andere verhitte voeding. Er is echter geen algemene regel dat iedere hond of kat met Giardia beter af is met gestoomde voeding.
Een complete rauwe voeding kan door sommige dieren goed worden verdragen, terwijl een ander dier met diarree tijdelijk beter reageert op een goed verteerbare verhitte voeding. Daarbij is niet alleen de bereidingswijze belangrijk, maar ook de volledige samenstelling van de voeding, waaronder het vetgehalte, de verteerbaarheid en de gebruikte ingrediënten.
Rauwe vleesvoeding brengt wel een extra aandachtspunt met zich mee: rauw vlees kan ziekteverwekkende bacteriën en bepaalde parasieten bevatten. WSAVA wijst daarom op microbiologische risico’s van rauwe vleesvoeding voor zowel het dier als mensen in het huishouden. Dat risico staat los van Giardia zelf, maar kan bij een dier met maag-darmklachten wel meewegen in de voedingskeuze.
Gestoomde of anderszins voldoende verhitte voeding heeft dat specifieke risico van rauw vlees niet en kan, wanneer de samenstelling goed bij het dier past, een praktische keuze zijn tijdens een periode met darmklachten. Maar ook ‘gestoomd’ is op zichzelf geen garantie dat een voeding geschikt is: een te vetrijke of slecht verdragen voeding wordt niet automatisch darmvriendelijk doordat deze gestoomd is.
Kortom: vers vlees is niet automatisch verkeerd bij Giardia en gestoomde voeding is niet automatisch beter. Kijk naar het individuele dier, de klachten én de volledige samenstelling van de voeding.