Er bestaat geen truc waarmee je het immuunsysteem van een hond of kat ineens ‘sterker’ maakt. Wat je wél kunt doen, is zorgen voor een goede basis waardoor het lichaam zo normaal mogelijk kan functioneren.
1. Geef een complete en passende voeding
Een hond of kat heeft voldoende energie, eiwitten, vetzuren, vitaminen en mineralen nodig. Kies daarom een complete voeding die past bij de diersoort, levensfase, gezondheid en energiebehoefte. Meer voedingsstoffen zijn daarbij niet automatisch beter: bij een complete voeding zijn extra vitaminen en mineralen meestal niet nodig en te hoge innames kunnen zelfs ongewenst zijn.
2. Houd je dier op een gezond gewicht
Overgewicht is niet alleen extra belasting voor gewrichten. Vetweefsel is biologisch actief en obesitas hangt samen met chronische laaggradige ontsteking en verschillende gezondheidsproblemen. Een passend gewicht is daarom een belangrijk onderdeel van de algemene gezondheid.
3. Zorg voor voldoende beweging
Regelmatige beweging helpt bij het behouden van conditie, spiermassa en een gezond lichaamsgewicht. Hoeveel beweging passend is, verschilt per dier. Een jonge actieve hond heeft andere behoeften dan een senior, en ook bij katten zijn dagelijkse beweging en spel belangrijk.
4. Geef voldoende rust en beperk langdurige stress
Rust, slaap, voorspelbaarheid en passende mentale uitdaging horen bij een gezonde leefomgeving. Niet ieder dier ervaart dezelfde situaties als stressvol; kijk daarom vooral naar het gedrag en de behoeften van jouw hond of kat.
5. Vergeet preventieve gezondheidszorg niet
Een goede weerstand betekent niet dat vaccinaties, parasietenpreventie of controles bij de dierenarts overbodig worden. Juist passende preventieve zorg helpt gezondheidsproblemen voorkomen of vroeg ontdekken. Welke zorg nodig is, hangt onder andere af van leeftijd, gezondheid, leefstijl en omgeving. WSAVA benadrukt daarom ook een individuele aanpak.
6. Houd veranderingen in de gaten
Verminderde eetlust, gewichtsverandering, aanhoudende diarree of braken, veranderingen in huid of vacht, lusteloosheid of ander afwijkend gedrag zijn geen bewijs van een ‘lage weerstand’. Het kunnen signalen zijn van uiteenlopende gezondheidsproblemen. Bij aanhoudende of ernstige klachten is het daarom verstandiger de oorzaak te laten onderzoeken dan alleen te proberen de weerstand te ‘boosten’.